Autofabrikant en zelfrijdende auto bepalen de toekomst van de deelauto

Autodelen, echt mainstream is het nog niet geworden. In Duitsland zijn er nu 1,2 miljoen mensen die wel eens gebruik gemaakt hebben van één van de verschillende autodeel concepten. Grofweg zijn er drie soorten te onderscheiden: private aanbieders, consumenten die hun auto delen en fabrikanten die deelauto’s aanbieden om te leren van deze markt. Ook – vooral jonge – consumenten kennis te laten maken met hun merk.  Zo struikel je in Berlijn bijvoorbeeld over de DriveNow BMW’s en Mini’s en in Amsterdam over de elektrische Smarts. Volgens BCG (Boston Consultancy Group) worden 25-35% van de deelauto-gebruikers uiteindelijk klant van het merk waarmee ze kennis gemaakt hebben.

Daarmee hebben fabrikanten een duidelijke voorsprong op private aanbieders die geen conversie naar aankoop op lange termijn kunnen meten. Voor fabrikanten is het deels een marketing investering, waardoor winstgevendheid minder van belang is. Slechts in enkele steden draaien de concepten winstgevend of break-even.  zelfrijdende-auto deelauto

Het model dat nog massaal zou kunnen aanslaan – als een soort AirBNB van het autodelen – is het onderling delen van auto’s of ritjes (zoals via Blablacar). Hier neemt het gebruik weliswaar toe maar nog zonder echt door te breken. Een van de hick-ups is dat het vaak niet deur-tot-deur mobiliteit betreft en bovendien zijn de auto’s in de buurt die online gedeeld worden niet of nauwelijks herkenbaar als deelauto. De reden om er gebruik van te maken is toch vooral financieel, op een enkeling na die het terecht een duurzame manier van verplaatsen vindt.

De laatste die roet in het eten kan gooien is de zelfrijdende elektrische auto. Met zoveel gemak je eigen vervoer hebben of een zelfrijdende taxi regelen ,waar je niet meer hoeft te betalen voor de chauffeur, daar kan geen deelauto tegen op.

In de maximaal 20 jaar die we daarvoor nog te gaan hebben is het dan aan de deelauto zelf om door te breken.